We eten in Nederland ons dagelijks brood vaak in vrijheid en welvaart, midden in een sterk ik-gerichte postmoderne, postwaarheid cultuur, waarin we geleerd worden dat geluk ons levensdoel is en gevoel, onze gids. Waarheid wordt ondergeschikt gemaakt aan gevoelens en persoonlijke voorkeuren.
Toch als er cruciale momenten zich aandienen, blijkt dit brood niet bevredigend; we zoeken ten slotte naar antwoorden op brandende zin- en levensvragen, naar betrouwbare richting voor duurzame verandering, naar echte verbinding en herstel in onze relatie met onszelf en onze naaste. We zoeken ten diepste naar Iemand groter Is dan wij, ons wankelend geluk en onze problemen, Iemand Die ons ziet zoals we echt zijn en ons kan helpen in onze intiemste nood: onze gebrokenheid door de zonde Ook in de kerk van onze moderne tijd sijpelen langzaam seculiere manieren van denken en leven naar binnen. Ik kijk om me heen, als Christen met een pastoraal hart en voel twee brandende vragen: ‘Durven we nog uit te komen voor de Bijbel? En hoe kunnen we nog steeds kritisch nadenken over goed en kwaad én wat God over essentiële levensthema’s vindt liefdevol delen?’
Christenen anno 2026 zijn discipelen die telkens ervoor kiezen om Jezus te volgen: midden in de realiteit van hun eigen gebrokenheid tussen reeds bevrijd en vernieuwd worden én nog niet; tegelijkertijd leven en getuigen ze midden in de gebrokenheid van onze ik-gerichte huidige tijd over een God die persoonlijk herstel brengt.
Juist in deze complexe existentiële huidige context, geloof ik in de noodzaak van pastorale hulpverlening en nabijheid verankerd in de bewegende kracht van wat God door Zijn Woord zegt en doet. De kracht tot de diepste verandering: van dood naar leven, van gebrokenheid naar heelheid, van verloren zijn naar teruggevonden en hersteld worden.
Het is mijn verlangen om als pastoraal hulpverlener een uitdeler van dit goede nieuws te zijn. Het Woord van God is Christus Zelf: het Brood des Levens (Joh. 6:35).
